Fred Duval & Stéphane Louis – Aquablue 19. Clandestien. Daedalus, 2026. 48 pagina’s. € 12,25
Dit verhaal begint met het aanspoelen van een Uruk Uru, een enorme platvis, en heilig dier voor de bewoners van Aquablue. En binnen een tijdsbestek van enkele dagen spoelen er nog meer aan. Maar ook andere dode vissen, haaien en kleinere soorten spoelen dood aan. Er wordt vermoed dat het om een exo enzym gaat waartegen de dieren niet bestand zijn, maar zekerheid is er niet. Nao hoort inmiddels in de rechtbank van Europolis welk vonnis er over hem geveld wordt. Zijn bedrijf mag niet meer werken op Aquablue en hijzelf mag er nooit meer komen. Nao gaat akkoord, uit liefde voor Aquablue en zijn bewoners, en zijn voormalige geliefde Mi-Nuee en hun zoon Ylo in het bijzonder. Maar als hij hoort van de aangespoelde Uruk Uru’s, kan hij toch niet nalaten er naartoe te gaan om in het geniep onderzoek te doen en te redden wat er nog te redden valt. Samen met zijn vrienden Carlo en Rabah vliegt hij erheen en laat hij zich droppen bij het koraaleiland met de drie spitse rotsen waar de eerste Uruk Uru aanspoelde. Omdat de oorzaak ergens onder water gezocht moet worden, gaat Nao direct duiken. En al heel gauw ontdekt hij dat het wrak van de Megophias diep in de zee er iets mee te maken heeft. Terwijl hij onderzoek doet, komt zijn zoon aan bij het eiland. Hij wil niets meer met zijn vader te maken hebben die immers vermoedelijk de oorzaak is van alle rampen Aquablue overkomen. Maar na een heftige discussie sluiten ze elkaar toch in de armen en besluiten ze samen het onderzoek te doen. Maar dan duiken er ineens Atalanen op.
Aquablue doet aan de film Avatar denken, vanwege de blauwe, mensachtige wezens en hun idyllische samenleving en leefwereld. Tegelijkertijd is de strip inmiddels zo zijn eigen pad ingeslagen dat we nog slechts van een inspiratiebron kunnen spreken. De strip heeft genoeg eigens om op zichzelf beoordeeld te worden en zit gewoon goed in elkaar.



