Matthieu Bonhomme – De lange mars van Lucky Luke. Lucky Comics, 2026. 80 pagina’s. € 9,99
Er is al de nodige sneeuw gevallen als Lucky Luke aankomt in het noordelijk gelegen stadje Cramp Town. Hij is op zoek naar een trapper, de oude Johnson, die beweert een blank kind gezien te hebben bij de Blauwvoetindianen. Dat kind is de verdwenen zoon van Cramp, een grootindustrieel die door houtkap en de hele industrie daar omheen rijk is geworden. Hij wil uiteraard graag zijn zoon terug en heeft Lucky Luke er op uit gestuurd. Het kost Luke enige overreding, maar uiteindelijk is Johnson bereid Lucky Luke naar de Blauwvoeten te brengen. Maar eenmaal daar is de ontvangst allerminst prettig. Cramp vernietigt namelijk systematisch het leefgebied van de indianen en die zinnen op wraak. Maar chief Houten Speer gaat in gesprek met Luke en is spoedig overtuigd van diens beste bedoelingen. Hij maakt hem los van de paal waaraan hij gebonden staat en stelt hem voor aan zijn vrouw Antilope. Zij blijkt de weduwe van Cramp te zijn, de goede Cramp, want er zijn er twee. Robert Cramp had mooie plannen met de ontwikkeling van het indianengebied, maar hij stierf onverwacht. Zijn broer Ronald nam het toen over en die bleek niets ontziend. Hij loosde de vrouw van zijn broer en diens zoontje in het woud waaruit ze gered werden door de Blauwvoeten. Het kind heet nu Rode Wolk, maar is dus de rechtmatige erfgenaam van het grote bedrijf van de Cramps. Er wordt afgesproken dat Lucky Luke hem naar Canada brengt van waaruit ze een rechtszaak zullen beginnen tegen Ronald Cramp. Maar Cramp is sluw en Lucky Luke is niet de enige die hij op het spoor van zijn neefje heeft gezet. Het blijken vier geduchte tegenstanders gedurende de lange tocht die Luke en Rode Wolk maken. Maar als die niet slagen, draaft Cramp zelf op met zijn mannen.
Dit derde Lucky Luke-verhaal van Bonhomme is opnieuw wat serieuzer dan de oude verhalen, minder slapstick, meer verhaal. Die nieuwe Lucky Luke bevalt me goed, ook nu weer. Lezen!




