Didier Alcante & Steven Dupré – De pilaren van de aarde, boek een. De droom van de bouwmeester. Naar de roman van Ken Follett. Stadaard Uitgeverij, 2026. 100 pagina’s. € 22,50
Dit verhaal naar een zeer succesvolle roman uit 1989 begint in de Middeleeuwen, in 1135. De banden tussen Normandië en Engeland zijn nog steeds sterk aanwezig, er wordt veel heen en weer gereisd door het Kanaal. Bij een van die reizen komt de Engelse troonopvolger om het leven. En als koning Henry zelf komt te overlijden, is er geen mannelijke troonopvolger. De dochter van de koning, Maud, is door hemzelf aangewezen als rechtmatige opvolger. Maar een vrouw op de troon ziet het merendeel van de adel en de geestelijkheid niet zitten. Een neef van de koning, Stephen, neemt dan het initiatief. Hij spoedt zich naar de aartsbisschop en werpt zichzelf op als het beste alternatief. De bisschop gaat daarin mee en de Engelsen hebben ween een koning, maar wel eentje die omstreden is. Tegen die achtergrond worden in het verhaal geconfronteerd met lage adel, lage geestelijken en met gewone ambachtslui. Ze zijn allemaal op zoek naar hun bestemming, hun dromen. De een wil macht, de ander van een vrouw, een derde van ervan een groot bouwmeester te worden. De verhaallijnen zijn vakkundig door elkaar verweven, raken elkaar hier en daar. List en bedrog, geweld en gruwelijkheden, we komen alles wat we kennen van de Middeleeuwen tegen. Dat beeld oogt redelijk adequaat, kleding en decors zijn niet mooier dan ze in werkelijkheid geweest zullen zijn. Hier en daar zijn de gesprekken wellicht wat anachronistisch. Maar in grote lijnen mogen we toch vaststellen dat we een behoorlijk realistisch beeld krijgen van de samenleving van toen in midden Engeland. De personages zijn evenzeer goed getypeerd en bieden genoeg gelegenheid voor de verschillende intriges. Ik heb nooit het origineel van Follett gelezen, maar puur gekeken naar de strip denk ik te kunnen concluderen dat we een veelbelovend eerste deel hebben gelezen.



