Peter van Gucht & Fabio Bono – De Rode Ridder 289. Goddelijk verraad. Standaard Uitgeverij, 2026. 40 pagina’s. € 7,99
In het vorige verhaal bracht Galaxa Johan in contact met El, de oppergod die in menig opzicht lijkt op de god van de christenen. Hij vertelt dat hij ooit een magische sikkel smeedde, Doggaruf. Met die sikkel kan Johan Bahaal en zijn leger verslaan. Maar Doggaruf is sinds de tijd van de Ark van Noach zoek. En Noach weet waar de sikkel zich bevindt. Er is een weg naar dat verre verleden. Johan begeeft zich naar Uufland waar een soort tijdmachine moet zijn die hem naar het verleden kan helpen. Eenmaal daar kan Johan dan op zoek naar Doggaruf. Het lukt om de sprong in de tijd te maken, maar bij aankomst blijkt de zondvloed al begonnen en de ark al vertrokken. Johan stuit op een zeeman met een bootje en samen vinden ze de ark. Nu is het zaak Noach van Johans goede bedoelingen te overtuigen en hem de Doggaruf te geven. Maar dat blijkt niet zo maar te werken. Het volk aan boord van de ark werkt niet mee en aanbidt andere goden. Uiteindelijk blijkt er zelfs een baby aan boord te zijn die van het grootste belang is voor de geschiedenis van de mensheid. Je zou verwachten dat El ingrijpt. Hij en Galaxa bekijken dit hele verhaal van ver weg. Maar El blijkt toch geen onfeilbaar, alles vermogend wezen te zijn. Johan moet veel zelf opknappen en doet dat. Zelfs de meest afschuwelijke taken.
Met de strijd tussen goed en kwaad, tussen god en de duivel bevinden we ons in bijbelse sferen. En met het gebruik van de tijdmachine ziet het ernaar uit dat Johan voorlopig nog verdere reizen kan maken dan hij al decennialang doet. Het levert overigens tot nu toe een niet erg sterk verhaal op.




