Luca Blengino, David Goy & Roberto Meli – Het echte verhaal van de Far West. De goldrush. Standaard Uitgeverij, 2026. 56 pagina’s. € 9,99
Iedereen kent de verhalen wel van de goldrush in Californië in het midden van de negentiende eeuw. Het begon in 1848 en hield een jaar of tien aan. Toen ebde het fenomeen weg, om zich in andere gebieden van de Verenigde Staten voort te zetten. Maar over de Californische goudkoorts is in dit verhaal senator Samuel Brannan aan het woord. Hij was als dominee naar Californië gekomen en had zich in San Francisco gevestigd. Maar hij bleek ook over een uitstekend zakelijk instinct te beschikken. Zodra hij de eerste geruchten hoorde over de vondst van goud, kocht hij allerlei materiaal op dat goudzoekers nodig hebben. Pannen, schalen, spaden, zeven, producten die normaal gesproken een paar dubbeltjes kostten. Brannan verkocht ze voor een veelvoud. En terwijl de goudzoekers in aantal toenamen, was Brannan al gauw toe aan zijn eerste miljoen, zonder ook maar een klompje goud gevonden te hebben. Brannan vertelt zijn succesverhaal aan een journalist van een New Yorkse krant. En die zit, net als de lezer met de vraag: is Brannan een schoft en profiteur, of is hij gewoon slim en handig? Hoe het zij, zijn succesverhaal is nauw verweven met de opkomst en ondergang van de goudkoorts. De man op wiens land overigens dat eerste goud gevonden werd, Sutter, ging eraan onderdoor. Omdat er nauwelijks wetten waren op bezit en al helemaal geen wetshandhavers, werd Brannan uiteindelijk eigenaar van de bezittingen van de Zwitserse John Sutter.
De makers van dit verhaal slagen erin in een persoonlijk relaas het grotere verhaal te schetsen, zoals vaker in deze Far West-reeks gebeurd. Daarmee is het een prima reeks voor wie het echte verhaal van de Far West wenst te kennen.



