Nicolas Jarry & Marco Pelliccia – Imperia III. De compagnie van het Witte Kruis. Daedalus, 2026. 56 pagina’s. € 12,25
Arun wordt geboren op een boerderij. Hij heeft een oudere broer, Lorio, en een oudere zus, Lorna. Zijn moeder overleed toen hij nog baby was, zijn vader voedt hem op. De knecht is Orym, een voormalig strijder en compagnielid. Maar de compagnie die de streek plunderde liet hem zwaargewond achter en Aruns vader was de enige die zich iets van de strijder aantrok. Dat veroorzaakte bij Orym een onwankelbare trouw. Vader was ook een voormalig strijder, maar hij wilde niet dat zijn kinderen iets daarmee te maken zouden krijgen. En dus mochten zijn jongens niet leren vechten met wapens. Tot die kwade dag waarop Arun na een wandeling terugkeerde en zijn huis brandend vond, zijn vader dood op de keukenvloer, zijn zusje verkracht en vermoord. Arun had Lorio en Orym begeleid die een koe gingen laten dekken. Als Arun zijn huis binnenkomt en de situatie beziet, wordt hij neergestoken door iemand wiens gezicht hij even ziet. Dan verliest hij het bewustzijn. Lorio en Orym keren terug en redden hem, maar iedereen zit nu vol wraakgevoelens. Arun loopt weg, gevolgd door Lorio. Samen leiden ze een tijdje een bende, dan wordt Lorio gedood en wordt Arun, na een lange gevangenisstraf, lid van een soortgelijke compagnie als die zijn vader en zus doodde. Een tijdlang vindt hij dat prima en wordt hij een nietsontziende moordmachine. Maar gaandeweg keert de oude Arun in hem terug. En wat dat met hem doet moet de lezer zelf maar gaan bekijken.
Imperia is alweer een fraaie reeks bij Daedalus van scenarist Jarry. En hoewel het geweld in de verhalen overweegt en gruwelijk is, klinkt toch altijd de boodschap door dat het voor niemand goed is en dat vroeg of laat het verlangen naar innerlijke rust en vrede het belangrijkste is voor een mens. En dat is ook zo!



