Fred Duval & Brada – Ohio, de mooie rivier. Boek 1. Daedalus, 2026. 56 pagina’s. € 24,50 HC (v.a. 13 april ook SC € 12,25)
Het is 1740. In de verschillende staten in Noord-Amerika die gekoloniseerd worden, spelen de Engelsen en Fransen de hoofdrol als het op strijd aankomt. De plaatselijke bevolking, de stammen, worden daartussen vermalen, gedwongen partij te kiezen of anders onder de voet te worden gelopen. In die wirwar van elkaar bestrijdende partijen vallen de nodige slachtoffers. Op een dag vindt een groepje vissende Irokezen een groepje afgeslachte kolonisten. De beren hebben zich inmiddels op de lijken gestort, maar de Irokezen vinden een nog levende baby. Omdat het stamhoofd het kind niet mee wil nemen, gaat ’s nachts een van de kinderen terug naar de plek om de baby te redden. En dan zijn we veertien jaar verder en komt een trapper in aanraking met hetzelfde groepje Irokezen. Hij is aangevallen door Huronen en gewond geraakt. De Irokezen helpen deze Jacques de Lestac en begeleiden hem naar zijn zomerhut aan het Eriemeer. Als Jacques ziet dat de Irokese vader een zwaard heeft, spreekt hij de man daarop aan. Al pratende laat hij weten dat hij ooit een piraat was, zijn vrouw en dochter verloren is. Dat zwaard is van zijn voormalige compagnon-piraat. De Irokees is bereid Jacques de plek te tonen waar hij het zwaard gevonden heeft. En als ze ter plaatse zijn komt er nog een ander bijzonder geheim tevoorschijn.
Dit verhaal is mooi van opzet, de plaatselijke bevolking wordt nu eens niet afgedaan als een zootje bloeddorstige wilden, maar als een beschaafd volk met een lange geschiedenis en een menselijke inborst dat leeft in en met de natuur. Wat de ingreep van de Europeanen voor impact heeft gehad op deze volkeren weten we allemaal uit de geschiedenis die grotendeels met bloed geschreven werd. Veelbelovend begin van een nieuwe reeks.



