Olivier Peru & Alexis Sentenac – Orks & goblins, Oorlogen van Arran 22. Dood vlees. Daedalus, 2026. 60 pagina’s. € 24,50 (v.a. 17 april ook softcover € 12,25)
Koning Eloy van Cambrionne heeft een ertsenmijn in bezit, waar de kostbaarste mineralen uit naar boven worden gehaald. De mijn is enorm, maar Eloy beschikt over een enorm arsenaal aan slaven, orks en goblins. Zijn magiër verdooft de groene wezens die zich als willoos vee de mijn in laten drijven of zich laten vermoorden door hun bewakers, de soldaten, die het doden van de slaven als dagelijks vermaak zien. Ze noemen de slaven dan ook ‘dood vlees’. Het verschil tussen de levenden, werkenden en de doden is maar klein. Reka’a is een goblinmeisje, een tiener. Ze zitten met haar grootvader opgesloten in het concentratiekamp en wordt dagelijks de mijn in gestuurd. Omdat ze klein en tenger is kan ze als geen ander doordringen in de kleinste gangen van de mijn en af en toe ontdekt ze nieuwe aders waar de magiër van de koning erg blij van wordt. De magiër behandelt Reka’a dan ook goed en dringt er bij de koning herhaaldelijk op aan zijn slaven wat beter te behandelen. Op en dag ontdekt Reka’a een onderaardse rivier met daarin een eilandje met een schrijn. In die schrijn ligt een ei. Dat breekt als Reka’a in de buurt komt. Het dier dat eruit komt dringt onmiddellijk door in de geest van Reka’a. Het wachtte op een wezen om één mee te worden en dat is nu gelukt. De twee zijn nu onverbrekelijk verbonden. Reka’a noemt het beest Vrij. Het tempo waarin Vrij groeit en de visioenen die hij in het hoofd van Reka’a plant, doen haar beseffen dat ze is uitverkoren haar eigen volk en de orks te bevrijden van Eloy. Ze wacht met stappen tot Vrij enorm geworden is. Want dan zijn ze samen niet meer te stoppen.
Dood vlees is een cynisch verhaal over slavernij, vrijheidsdrang, wraaklust. Scenario en tekenwerk zijn, zoals steeds in deze reeks, uitstekend op elkaar afgestemd. Als je zin hebt in een keiharde fantasy, dan kom je helemaal aan je trekken met dit boek.



